ADHD: zit het in je genen, in je jeugd of ergens daartussen?
ADHD roept bij veel mensen weerstand op.
“Vroeger bestond het niet.”
“Het is een label.”
“Het komt door trauma.”
“Het komt door opvoeding.”
Ik snap die twijfel. Sterker nog: ik heb die zelf ook gehad. Juist daarom wil ik in deze blog delen waarom ik uiteindelijk een andere, genuanceerdere visie ben gaan aanhangen. Niet omdat het mij beter uitkwam, maar omdat dit verhaal simpelweg het meest klopt. Wetenschappelijk, logisch én menselijk.
“Er is toch geen ADHD-gen?”
Dit hoor ik vaak. En technisch gezien is het waar. Er bestaat geen enkel gen waarvan je kunt zeggen: “Als je dit gen hebt, dan heb je ADHD.”
Maar hier gaat het mis. De meeste menselijke eigenschappen werken namelijk helemaal niet zo. Ze zijn polygenetisch. Dat betekent dat ze ontstaan door kleine variaties in veel verschillende genen tegelijk, die samen een bepaald profiel vormen. ADHD is daar een schoolvoorbeeld van. Het ontbreken van één enkel ADHD-gen betekent dus niet dat ADHD niet genetisch is. Het betekent dat het complex is.
Hoe genen en omgeving echt samenwerken
Om ADHD goed te begrijpen, moeten we stoppen met denken in of-of.
Niet:
-
of genetisch
-
of aangeleerd
-
of trauma
Maar: en-en.
In de wetenschap maken we grofweg onderscheid tussen:
-
eigenschappen die vrijwel volledig genetisch zijn (zoals oogkleur)
-
eigenschappen waarbij je een genetische gevoeligheid hebt
-
eigenschappen waarbij genen en omgeving voortdurend op elkaar inwerken
ADHD valt in die laatste categorie. Maar wel met een belangrijk detail.
Wat zegt de wetenschap hierover?
Uit grote tweeling- en familiestudies weten we dat ADHD een erfelijkheid heeft van ongeveer 75 tot 80 procent.
Ter vergelijking:
-
IQ: ongeveer 50 procent
-
Oogkleur: ongeveer 80 procent
Dat betekent niet dat de omgeving onbelangrijk is. Het betekent wel dat genetische factoren de grootste rol spelen in het ontstaan van ADHD. De omgeving bepaalt vervolgens hoe sterk de kenmerken naar voren komen.
Of anders gezegd:
-
je genen bepalen of je ADHD hebt
-
je omgeving bepaalt hoe hard het staat
En trauma dan?
Hier wordt het interessant. En hier ontstaat ook veel verwarring. Ik ben bekend met de visie van Gabor Maté, die stelt dat ADHD in essentie voortkomt uit stress, onveiligheid en vroege emotionele ervaringen. Ik begrijp waar die gedachte vandaan komt. En hij raakt ook iets belangrijks. Maar onderzoek laat iets anders zien.
Wat we wel weten:
-
trauma veroorzaakt geen ADHD
-
trauma verergert ADHD-symptomen
ADHD en trauma komen vaak samen voor. Niet omdat het één het ander veroorzaakt, maar omdat mensen met ADHD gevoeliger zijn voor stress, afwijzing en overprikkeling. Daardoor komen ze vaker terecht in situaties waarin trauma kan ontstaan. Dat verschil is cruciaal.
Waarom deze visie voor mij klopt
Wat mij overtuigt in dit model, is dat het eerlijk is.
Het zegt niet:
-
“het zit tussen je oren”
-
“het is je opvoeding”
-
“het is een excuus”
Maar ook niet:
-
“je bent je brein”
-
“je kunt er niets aan doen”
-
“dit is nu eenmaal zo”
ADHD is in deze visie een neurobiologische ontwikkelingsvariant. Geen ziekte. Geen mode. Geen moreel falen.
Tegelijkertijd erkent deze benadering hoe belangrijk veiligheid, structuur, stressregulatie en afstemming zijn. Niet om ADHD te ‘genezen’, maar om het leefbaar te maken.
Een metafoor die helpt
Ik gebruik vaak deze vergelijking:
-
De genetische aanleg is de hardware
-
De omgeving is de software-instelling
Je verandert de hardware niet.
Maar je kunt het systeem wél stabieler, rustiger en effectiever laten draaien. En dat is precies waar het verschil gemaakt wordt.
Tot slot
Voor mij is dit het meest logische en congruente verhaal over ADHD. Het erkent de biologie zonder mensen te reduceren tot een label.
Het erkent de invloed van omgeving zonder alles te herleiden tot trauma. En het biedt ruimte voor verantwoordelijkheid, groei en ontwikkeling zonder schuld of schaamte. Dat is ook hoe ik werk. Nuchter. Menselijk. En gebaseerd op wat daadwerkelijk helpt.
Reactie plaatsen
Reacties